Martijn Van Lanen

Kwijtgeraakt

20/10/2022

Lees verder

De zwangerschap van mijn lief en de geboorte van onze zoon liepen niet helemaal van een leien dakje. En dan zeg ik het voorzichtig. Na een al zware zwangerschap kreeg zij in week 33 een aantal complicaties. Dit leidde ertoe dat de bevalling ingeleid moest worden en mijn zoon, Merlijn, met iets meer dan 33 weken geboren werd.

Ook na de bevalling liep het niet zo voorspoedig met haar gezondheid. Er waren nog twee operaties en veel zorg nodig om mijn lief weer richting herstel te krijgen.

Veel zorg zeg ik. En veel zorgen, dat is ook wat dit hele verhaal mij heeft opgeleverd, naast uiteraard een prachtige zoon. Ik ben vader geworden van een gezonde en vrolijke zoon, maar – en dat begin ik me ook steeds meer te beseffen – ik ben in dit proces ook iets verloren en dat levert een wond op.

Ik ben het magische idee kwijtgeraakt dat mijn lief er altijd zal zijn en altijd gezond zal zijn. Anders gezegd: dat zij het altijd ‘zal doen’. Ik word geconfronteerd met het eenvoudige, maar ook overweldigende besef dat haar gezondheid en vitaliteit niet vanzelfsprekend zijn. Ik heb haar zeer, zeer ziek zien worden. Dat kan, om velerlei oorzaken, weer gebeuren en ook anders aflopen. Er kan een moment komen in mijn leven dat mijn lief het echt niet meer doet.

Deze gedachte vind ik heel confronterend. We zijn nog niet zo heel lang bij elkaar en onze relatie heeft voor mij vanaf het begin eigenlijk altijd iets magisch gehad. We pasten bij elkaar, het klopte en zo was het goed. We passen nog steeds bij elkaar, het klopt nog steeds, maar het is niet meer vanzelfsprekend altijd ‘goed’.

Ik ben iets verloren. Dit doet pijn en ik heb deze pijn aan te kijken. Dit merk ik bijvoorbeeld wanneer ik soms even niet wil horen dat mijn lief moe of niet lekker is. Ik heb dan de neiging om bij wijze van spreken mijn vingers in mijn oren te doen en heel hard ‘lalalalalala’ te roepen. Ik wil dat zij het gewoon doet. Ik wil dan terug naar de magie.

Elke relatie heeft deze magie nodig. Als ik bezig blijf met datgene wat ik zou kunnen verliezen en mezelf daardoor laat leiden, dan ga ik feitelijk uit verbinding. Niet alleen stop ik dan mijn vinger in mijn oren, maar ik sluit dan ook een vuist om mijn hart. De angst voor datgene wat kan gebeuren maak ik dan zelf tot realiteit.  

Ik wil mijn lief weer liefhebben alsof ik haar nooit zal verliezen, tegelijkertijd beseffend dat dit wel kán gebeuren. Dat is wat ik te doen heb en daarmee zal dit verlies geen verlies meer zijn, maar juist de vrucht van een wond.

Kortom: ik heb nog iets te doen.

Vader en zoon

𝐄𝐞𝐧 𝐥𝐢𝐞𝐝𝐣𝐞 𝐚𝐥𝐬 𝐬𝐞𝐜𝐮𝐫𝐞 𝐛𝐚𝐬𝐞?

Zoals alle jongetjes van bijna twee is Merlijn, mijn zoon, ook wel eens boos, verdrietig, driftig, moe of gewoon overstuur. Wat dan eigenlijk altijd helpt (ja echt) is dat ik het liedje 𝑹𝒖𝒏𝒂𝒘𝒂𝒚 van Del Shannon opzet en hem in mijn armen neem.
DSC_0281 filter

𝐉𝐞 𝐦𝐨𝐞𝐭 𝐭𝐞𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐬𝐭𝐨𝐨𝐭𝐣𝐞 𝐤𝐮𝐧𝐧𝐞𝐧!

Dit hoor je vaak zeggen, en bij voorkeur in de context van ‘veeleisende’ banen in een stressvolle omgeving. Bijvoorbeeld: ‘in politiek Den Haag moet je tegen een stootje kunnen’ of ‘als leidinggevende moet je tegen een stootje kunnen’.
Martijn van Lanen 12

𝐇𝐞𝐭 𝐰𝐨𝐫𝐝𝐭 𝐧𝐢𝐞𝐭 𝐦𝐚𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞𝐫 

𝑰𝒌 𝒔𝒕𝒂 𝒐𝒑𝒆𝒏 𝒗𝒐𝒐𝒓 𝒇𝒆𝒆𝒅𝒃𝒂𝒄𝒌, 𝒐𝒎𝒅𝒂𝒕 𝒊𝒌 𝒉𝒆𝒕 𝒃𝒆𝒍𝒂𝒏𝒈𝒓𝒊𝒋𝒌 𝒗𝒊𝒏𝒅 𝒐𝒎 𝒗𝒂𝒏 𝒂𝒏𝒅𝒆𝒓𝒆𝒏 𝒕𝒆 𝒉𝒐𝒓𝒆𝒏 𝒉𝒐𝒆 𝒅𝒂𝒕𝒈𝒆𝒏𝒆 𝒘𝒂𝒕 𝒊𝒌 𝒅𝒐𝒆 𝒐𝒗𝒆𝒓𝒌𝒐𝒎𝒕. 𝑫𝒂𝒂𝒓𝒃𝒊𝒋 𝒏𝒐𝒅𝒊𝒈 𝒊𝒌 𝒂𝒏𝒅𝒆𝒓𝒆𝒏 𝒐𝒐𝒌 𝒂𝒄𝒕𝒊𝒆𝒇 𝒖𝒊𝒕 𝒐𝒎 𝒎𝒊𝒋 𝒇𝒆𝒆𝒅𝒃𝒂𝒄𝒌 𝒕𝒆 𝒈𝒆𝒗𝒆𝒏, 𝒆𝒏 𝒊𝒌 𝒈𝒂 𝒉𝒊𝒆𝒓 𝒈𝒓𝒂𝒂𝒈 𝒅𝒆 𝒅𝒊𝒂𝒍𝒐𝒐𝒈 𝒐𝒗𝒆𝒓 𝒂𝒂𝒏.
Labyrith

Ik heb verloren

Als ik teams met een verandervraag begeleid, sta ik er bij het begin van het traject altijd uitvoerig bij stil dat veranderen ook altijd loslaten, verliezen en rouwen is. Veranderen vraagt erom dat je een nieuwe situatie omarmt, dat vraagt er ook om dat je afscheid neemt van de oude situatie.
Pad

Te vroeg

Ik had een plan. Ooit. Ik wilde gepromoveerd zijn op mijn 30e en directeur zijn op mijn 40e. Klinkt als een goed plan, nietwaar? Het promoveren liep enige vertraging op, maar op mijn 34e was het zover. Directeur was ik wel op mijn 40e. Plan volbracht? – 𝘖𝘩 𝘯𝘦𝘦, 𝘵𝘰𝘤𝘩 𝘯𝘪𝘦𝘵.
Martijn van Lanen9

Grensoverschrijdend

Als (team)coach heb ik een wat complexe relatie met grenzen. Dat werd onlangs in een sessie weer heel duidelijk.